Author(s)
De Greve Cian
Source

BRIO-fiche, december 2025

Organisation
Year
2025
Language
NL
Fotograaf: Vandevorst, Kris

Inleiding

De geschiedenis van de Vlaamse Rand hangt nauw samen met de uitgroei van Brussel tot een internationale metropool. Waar de negentien randgemeenten rond Brussel initieel landelijke dorpsgemeenschappen waren, evolueerden ze geleidelijk aan tot verstedelijkt gebied of suburbane slaapgemeenten (Echeverria & Janssens, 2020). Ondertussen kent de Vlaamse Rand een demografie die zich door haar diversiteit, taligheid en jeugdigheid onderscheidt van de rest van Vlaanderen (Saeys, 2024; Van Cappel & De Maesschalck, 2023). Deze evoluties hebben in het bijzonder invloed op het sociale weefsel, zoals het lokale verenigingsleven. Zij dienen hun werking af te stemmen op, en verder te zetten in een veranderende context. Tegelijkertijd wordt het verenigingsleven aangegrepen door de overheid als instrument om die veranderingen te mediëren. 

Het verenigingsleven in de Vlaamse Rand leek lange tijd op dat van andere rurale Vlaamse streken, in die zin dat het zich - letterlijk en figuurlijk - onder de kerktoren afspeelde. Naarmate de naoorlogse periode vorderde en de Brusselse stadsvlucht toenam, raakte dat religieuze karakter overschaduwd door de communautaire strijd. Hierbij werd het Nederlandstalige hinterland van het verfranste Brussel een bestemming voor verschillende Vlaamsgezinde initiatieven en evenementen die hun sporen nalieten op het lokale verenigingsleven. Uiteindelijk leidde dit conflict mee tot de federale staatsstructuur zoals we die vandaag kennen. Hierbinnen konden autonome Vlaamse instellingen een specifiek Randbeleid uitbouwen: de Brusselse periferie werd de Vlaamse Rand (Witte, 1993; Deneyer, 2017). Desalniettemin blijft de instroom vanuit het diverse en meertalige Brussel overeind, hetgeen specifieke uitdagingen met zich meebrengt. Voor Vlaanderen is het belangrijk om het Vlaamse en groene karakter van de Rand te benadrukken bij hen die van de streek hun thuis maken. Binnen het Vlaams beleid wordt de Vlaamse Rand dan ook beschouwd als een aandachtsgebied, waarbinnen het verenigingsleven mede een rol opneemt.

In het kader van het tweejaarlijks focusthema heeft BRIO de afgelopen twee jaar (2024-2025) gefocust op de rol van het verenigingsleven als hefboom tot sociale cohesie. Om dit hoofdstuk af te sluiten geven we een historisch overzicht van de maatschappelijke rol van het verenigingsleven in een veranderende Vlaamse Rand. Overeenstemmend met De Greve en Van Cappel (2025) belichten we het verenigingsleven dat expliciet de Nederlandstalige identiteit omarmt. Daarbij bekijken we hoe het zich verhoudt tot de (snel) veranderende Vlaamse Rand, van de vroege 20ste eeuw tot op vandaag.

… - 1960: De Rand als Brussels hinterland

Een welvarende streek in katholiek Vlaanderen

Al van ruim voor de opkomst van de auto groeide de verwevenheid tussen de Brusselse gemeenten en hun hinterland. Onder meer een uitgebreid netwerk aan buurtspoorwegen (Goetvinck, 2010) – vaak ook boerentrams genoemd – en het zeekanaal Willebroek-Brussel en Brussel-Charleroi zorgden ervoor dat het economische weefsel van Brussel zich uitstrekte tot in de landelijke gemeenten rondom de hoofdstad (Gunst, 2008). Hoewel die verwevenheid vaak als een relatief recent fenomeen wordt beschouwd, was de regio die we vandaag de Vlaamse Rand noemen al snel een bijzonder gebied binnen Nederlandstalig België. Terwijl verschillende Vlaamse streken nog tot laat in de jaren ’50 met een hoge werkloosheid kampten (Naegels, 2023), plukte de lokale economie de vruchten van de Brusselse nabijheid (Gunst, 2008). Belangrijke bronnen hierbij waren de industrie rond Vilvoorde en Ruisbroek, de instroom van ambtenaren die zich nabij de hoofdstad kwamen vestigen en de vruchtbare landbouwgrond van de Zenne- en Dijlevallei die de vele Brusselse monden te voeden had, maar zich tevens kon toeleggen op meer lucratieve gewassen zoals hop of druiven. Deze bedrijvigheid zorgde ervoor dat de Vlaamse Rand veel inwijking kende, vanuit Brussel, maar ook vanuit elders in Vlaanderen. Deze Nederlandstalige immigranten zouden zich integreren in het lokale dorpsleven, in die mate dat verschillende van de trekkers van het latere communautair-geïnspireerde verenigingsleven West-Vlaamse of Limburgse voorouders hadden. De Limburgse gouwbond had bijvoorbeeld een grote aanhang in Dilbeek; er werd zelfs een driemaandelijks blad uitgegeven voor de Limburgse Dilbekenaars[1].

Tegelijkertijd groeide de katholieke zuil in Vlaanderen uit tot een dominante maatschappelijke structuur. Vanuit de christelijke arbeidersbeweging bouwde zich een netwerk van verenigingen en organisaties op dat quasi elk aspect van het publieke leven ging omvatten (Gerard, 2023). In de omgeving van het Brusselse is Jozef Cardijn hierin een belangrijk figuur (Kuijkens, 2023). Hij groeide op in Halle en werd in 1912 benoemd tot onderpastoor van de Onze-Lieve-Vrouwenparochie van Laken. In 1915 schopte hij het tot directeur voor christelijke sociale werken in het arrondissement Brussel. In die hoedanigheid richtte Cardijn de KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd) op. Katholieke jeugdbewegingen zoals de Kajotters groeiden uit tot belangrijke actoren in het lokale verenigingsleven (Vos, 2023). Eerder had ook de Daensistische beweging een zekere invloed gehad op de landelijke omgeving van Brussel (Verdoodt, 2023). Zo raakte de Aalsterse priester Adolf Daens in 1902 verkozen tot parlementslid in het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde op een eigen kartellijst.

In de Nederlandstalige streken rond Brussel stimuleerden zulke katholieke volksbewegingen een zelfbewustzijn onder de lokale bevolking. Dit uitte zich vooral op levensbeschouwelijk vlak en zette zich als zodanig af tegenover de vrijzinnige, liberale en socialistische bastions van Brussel (Verdoodt, 2023). Hoewel de Katholieke zuil een nationale, tweetalige beweging betrof, maakte het numerieke overwicht van Nederlandstaligen dat de strijd voor de emancipatie van de christelijke arbeider ging overlappen met de strijd voor Vlaamse emancipatie (Gerard, 2023).

Van levensbeschouwelijke naar taalkundige breuklijn

Het is evenwel later, wanneer grote infrastructuurprojecten het centrum van Brussel hertekenen, dat de immigratie vanuit Brussel naar de Vlaamse Rand een nieuwe dimensie krijgt. Niet alleen was het hart van Brussel vanaf toen toegankelijk voor massale pendelbewegingen vanuit de periferie, ook was deze evolutie nefast voor de leefbaarheid van de binnenstad, wat de stadsvlucht alleen maar bestendigde (Kesteloot, 2000). 

Rond dezelfde tijd begonnen de Brusselse Gouwbonden met hun recreatieve autorally het decor van de Vlaamse Rand op te zoeken. De Brusselse Gouwbonden, die aanvankelijk vooral de Vlaamse inwijkelingen in de Brusselse grootstad verenigden, begonnen zich ook toe te leggen op de omgeving van het Brusselse, die meer gelijkenissen vertoonde met hun heimatstreken (De Greve & Van Cappel, 2025). Het waren echter niet alleen de Nederlandstalige Brusselaars die zich in het rustige groen nabij de metropool vestigden. Samen met de stadsvlucht versnelde namelijk ook de verfransing (Mares, 2012).

Naarmate de taalkundige dimensie van de suburbanisatie duidelijk werd, groeide het maatschappelijk bewustzijn hierover. Dit sentiment oversteeg de rivaliserende levensbeschouwelijke zuilen, die tot dan toe het dominante conflict in de Belgische samenleving omvatten. Door het mechanisme van talentellingen, die het taalstatuut van een gemeente konden aanpassen - en de facto bij de verfranste Brusselse agglomeratie voegen -, groeide de Brusselse stadsvlucht uit tot communautaire splijtstof (Goetvinck, 2023). Bijgevolg werd het Brusselse hinterland het decor van verschillende manifestaties en evenementen die veel volk op de been brachten. Deze werden getrokken door lokale verenigingen zoals het Vlaamsgezinde Komitee der Randgemeenten (Verkouter, 2023).

De Rand als bestemming voor manifestaties

Hoewel toerisme vaak geassocieerd wordt met steden waar zich monumentale bouwwerken en befaamde musea bevinden, kwam de aantrekkingskracht van de Rand net uit zijn gebrek aan grootstedelijkheid en de politieke symboliek die daarmee verbonden was. Toerisme kan namelijk ook een activistische insteek hebben: het is een middel om de verbintenis tussen een “volk” en een streek te accentueren. Voor bezoekers wordt die streek dan gelinkt aan de eigen nationalistische identiteit, terwijl gelijkgezinde inwoners gesteund worden in hun identitaire strijd om de streek (Judson, 2002). 

Zo was het Brusselse hinterland een populaire bestemming voor Vlaamsgezinden om er het landelijke en Nederlandstalige karakter te benadrukken. De Vlaamse Toeristenbond (V.T.B.) speelde hierin een belangrijke mobiliserende rol (Verkouter, 2023). Al in 1960 werd er in samenwerking tussen lokale Nederlandstalige verenigingen en organisaties zoals de V.T.B. een “Dag van de Randgemeenten” georganiseerd. Deze nam de vorm aan van een gemotoriseerde rondrit doorheen de Rand. Een duizendtal auto’s namen deel aan wat wel eens de eerste Gordel genoemd wordt (Verkouter, 2023). 

Toch was de “Dag van de Randgemeenten” een expliciet politieke manifestatie die zich verzette “tegen taaltellingen en gebiedsroof” (Sijbers, 2020). In tegenstelling tot de latere Gordel, was de nadruk op vermaak grotendeels afwezig. De spanningen liepen dan ook hoog op: hoewel de talentelling van 1957 was uitgesteld, dreigde een verdere expansie van het Brusselse taalgebied zolang de talentellingen niet officieel werden geschrapt (Goetvinck, 2023). Aldus toonde de taalstrijd zich als een belangrijke verenigende factor voor de Nederlandstaligen in de Rand. In een volgende fase zal De Gordel ervoor zorgen dat de communautaire problematieken van de Rand jaarlijks op de agenda komen.

Jaren ‘60 tot ‘80: De Brusselse periferie wordt een Vlaamse Rand

De taalstrijd leidt tot institutionele hervormingen

Het proces van federalisering dat voortkwam uit de taalstrijd is belangrijk om het vervolg van het (expliciet) Nederlandstalige verenigingsleven in de Rand te kaderen. Het is immers binnen deze context dat het verenigingsleven zelf een transitie doormaakte. 

Voordat er sprake was van autonome Vlaamse instituties, werden er al belangrijke stappen genomen binnen de constellatie van de nationale regering onder leiding van de CVP, met afwisselende steun van liberalen of socialisten (Deweerdt et al., 2023). Zo werden de talentellingen in 1961 bij wet afgeschaft en werd de taalgrens een jaar later definitief vastgelegd (Deweerdt et al., 2023). De uitbreiding van de Brusselse agglomeratie in 1954 met Evere, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem zou dus de laatste blijven. Bijgevolg werd het Nederlandstalige statuut van de resterende randgemeenten formeel erkend en wettelijk verankerd.

In 1968 had de regering G. Eyskens IV (CVP-BSP) voor het eerst een Nederlandstalige en Franstalige minister die elk uitsluitend voor de cultuur van de eigen taalgroep bevoegd waren. Binnen deze regering maakte Frans Van Mechelen (CVP) – minister voor Nederlandstalige cultuur – plannen voor een aanwezigheidspolitiek in de omgeving van het Brusselse (Weyns & Gunst, 2023). Het idee was om met een “Gordel van Smaragd” het Vlaamse karakter van de Rand te verankeren en te waarborgen (Bellon, 2010; Deneyer, 2017). Hij doelde hiermee op een reeks culturele centra rondom Brussel die een thuis moesten bieden aan het lokale Nederlandstalige verenigingsleven. In 1973 openden de eerste centra in Dilbeek en Strombeek (Bellon, 2010; Deneyer, 2017). In eentalige randgemeenten was het relatief eenvoudig om zulke centra te openen, omdat lokale besturen de plannen actief ondersteunden of zelf het initiatief namen. Het tegengestelde was waar in de faciliteitengemeenten met een Franstalige bestuurlijke meerderheid, waar het politieke draagvlak vaak ontbrak (Deneyer, 2017). 

Met de oprichting van een Nederlandstalige cultuurraad (de voorloper van het Vlaams Parlement) in 1970, kregen de Nederlandstaligen een belangrijke hefboom om hun culturele autonomie uit te oefenen. Derhalve kon de prille Vlaamse overheid zelf overgaan tot het stichten van Rijks Kulturele Centra (RKC’s) (Deneyer, 2017). Als eerste opende de Zandloper te Wemmel in 1974. Ruim 30 jaar later had elke faciliteitengemeente in de Rand een eigen cultureel centrum. Daarenboven hadden verschillende vestigingen al een uitbreiding nodig tegen de tijd dat het laatste centrum opende (Deneyer, 2017). Operatie “Gordel van smaragd” bleek dus een succesvolle strategie en slaagde erin het Nederlandstalige verenigingsleven te verankeren, in zowel de eentalig Vlaamse als in de faciliteitengemeenten.

Later, in 1995, volgde er met de splitsing van de tweetalige provincie Brabant nog een belangrijke institutionele hervorming. Vanaf toen viel het Nederlandstalige hinterland van Brussel onder een eentalige provincie. Bijgevolg konden Franstalige verenigingen in dit gebied geen steun meer ontvangen van het tweetalige provinciebestuur (Deneyer, 2017). De provincie Vlaams-Brabant bleek eveneens een belangrijke partner in de uitbouw van een Nederlandstalig verenigingsleven. Kortom, de Vlaamse culturele autonomie leidde al snel tot een consolidatie en versterking van het Nederlandstalige verenigingsleven in de Vlaamse Rand. 

De Gordel: Tussen recreatie en activisme

Naast het Nederlandstalige culturele leven, zou ook sport een sterkhouder van het Vlaamse leven in de Rand worden. Het recreatieve sportevenement De Gordel werd voor het eerst georganiseerd in 1981 (Mares, 2013). Ondanks een bescheiden begin, zou De Gordel uitgroeien tot een groot sportief feest. Ook hier speelden de taalstrijd en het bijhorende politieke klimaat een centrale rol. De gesloten compromissen tussen Nederlands- en Franstaligen vormden namelijk de aanleiding tot nieuw tumult. Zo werden de taalfaciliteiten en hun al dan niet uitdovende karakter een bron van discussie (Witte & van Velthoven, 2010). Het verzet tegen deze maatregel was breed gedragen onder de Nederlandstaligen in de Rand (Bellon, 2010).

In 1978 laaide het conflict verder op en viel de regering over het communautaire Egmontakkoord wegens controversiële maatregelen zoals het inschrijvingsrecht voor Franstaligen in de Rand (Sinardet et al., 2023; Van de Casteele, 2024). Onder de Nederlandstalige Brabanders was dit opnieuw een aanleiding tot actiebereidheid (Bellon, 2010). Dit vertaalde zich onder meer in de oprichting van het Anti-Egmontkomitee, dat het protest tegen dit gemeenschapsakkoord verenigde (Mares, 2013; Van Keer & Van Overloop, 2023). Dit initiatief werd gedragen door een verzameling Vlaamsgezinde verenigingen met wortels in de verschillende maatschappelijke zuilen (Van Keer & Van Overloop, 2023). 

Geïnspireerd en ondersteund door deze evolutie, bundelden verschillende actoren van het lokale verenigingsleven – van sport- en socio-culturele verenigingen tot Vlaams-nationalistische organisaties – de krachten om de eerste Gordel op poten te zetten (Mares, 2013). Hiermee vroegen ze respect voor het Vlaamse en landelijke karakter van de randgemeenten, en dan vooral met betrekking tot de zes faciliteitengemeenten. Hoewel De Gordel uitgroeide tot een belangrijk moment op de Vlaams-nationalistische kalender, lag de klemtoon vooral op recreatie en sportiviteit. 

Het was een bewuste keuze om niet te focussen op datgene waar men tegen was, maar eerder op het positieve dat men wou benadrukken, namelijk: een regio die zich perfect leent tot vermaak in een groene omgeving en die tevens een rijk Nederlandstalig cultureel leven huisvest. Zo stelde een van de oprichters van De Gordel het volgende: “Ik wou het woord ‘strijd’ bijvoorbeeld niet horen. We wilden de kwaliteit leveren waardoor men naar ons op kon kijken. Van zodra de pers dat flamingante element er uit zou lichten, zouden we alle inspanningen die we hadden geleverd hebben verknald.[2]. Deze strategie had de intentie om de Franstalige inwijkelingen in de Rand niet tegen de borst te stoten. Zij waren immers ook welkom in zoverre dat zij het Nederlandstalige karakter van de randgemeenten eerbiedigden (Mares, 2013). Deze aanpak was echter geen eenduidig succes, zo was er geregeld sabotage en werd het evenement zelfs geweerd door enkele faciliteitengemeenten (Mares, 2013). 

Hoewel de organisatie zich in de perceptie wel openstelde naar alle randbewoners, riep de beeldspraak van “een gordel” ook een duidelijke exclusiviteit op, waartoe Brusselse inwijkelingen zich mogelijk niet aangesproken voelden. Dus, wanneer we het verenigingsleven zien als een bron van sociaal kapitaal, is hier eerder sprake van een verbindende dan een overbruggende functie (Putnam, 2000; De Greve & Van Cappel, 2024). De openheid naar niet-Vlaamse inwijkelingen had namelijk tot doel hen aan te zetten om de Nederlandstalige status quo te respecteren. Toch zien we hierin een eerste verschuiving naar een meer toegankelijke insteek, in plaats van puur politiek activisme. 

Jaren ‘90 tot heden: van activisme naar beleidsinstrument

Een Vlaams Randbeleid en vzw ‘de Rand’

Dankzij het ontstaan van autonome Vlaamse instellingen kon er een beleidsmatig antwoord komen op de uitdagingen waar de Vlaamse Rand mee kampte. Dit nieuwe beleid had de moeilijke opdracht om een evenwicht te vinden tussen het conserveren van het Vlaamse dorpsleven en het integreren van de anderstalige nieuwkomers (Deneyer, 2017). Het verenigingsleven kreeg hierin een belangrijke rol toebedeeld. Vzw ‘de Rand’ werd in 1996 opgericht om de werking van de nieuw opgerichte RKC’s in de faciliteitengemeenten en in Jezus-Eik in goede banen te leiden en te coördineren. Dit gebeurde bij decreet op initiatief van de Vlaamse overheid, die samen met de provincie Vlaams-Brabant instond voor de financiering (Deneyer, 2017).

Ondanks het top-downkarakter van deze beslissing, betekende dit een belangrijke stimulans voor het Nederlandstalige verenigingsleven in de Vlaamse Rand, en vormde ze bovenal een breuk met het tweetalige beleid van de unitaire provincie Brabant. Onder vzw ‘de Rand’ moesten de RKC’s evolueren tot laagdrempelige gemeenschapscentra, waar Vlamingen zich thuisvoelden en ook anderstaligen welkom waren (Deneyer, 2017). Na verloop van tijd breidde het werkdomein van de vzw ook uit naar jeugd- en sportverenigingen, waarbij het vandaag ook een rol opneemt in het financieren van infrastructuur en het ondersteunen van de dagelijkse werking en subsidieaanvragen (Deneyer, 2017). 

Vanwege deze overbruggende opdracht en de verwevenheid met de overheid heeft vzw ‘de Rand’, in tegenstelling tot het Vlaamsgezinde verenigingsleven uit vroegere periodes, geen activistische doelstelling. Iedere randbewoner is er welkom om deel te nemen aan activiteiten: De vzw streeft naar harmonie in plaats van polarisatie, zo stelde voormalig voorzitter Eddy Frans in Deneyer (2017). Desondanks blijft de sociale missie tweeledig: men probeert bruggen te slaan naar anderstalige randbewoners, maar ook de Nederlandstalige randbewoners moeten zich thuis blijven voelen. Zodoende zit vzw ‘de Rand’ ergens tussen bridging- en bonding-vormen van sociaal kapitaal (Putnam, 2000; De Greve & Van Cappel, 2024).

Daarnaast heeft de vzw in het verleden moeite gehad om die balans te bewaren. Zo had ze initieel ook een controlerende functie inzake de naleving van de taalwetgeving, wat haaks stond op de andere opdracht: mensen uitnodigen tot deelname aan het lokale Nederlandstalige gemeenschapsleven (Deneyer, 2017).

Van De Gordel naar een Gordelfestival, en terug

Hoewel De Gordel ontstond vanuit het lokale middenveld, werd de organisatie al snel ondersteund en geprofessionaliseerd door de jonge Vlaamse overheid. Als gevolg werd De Gordel vanaf 1983 een uithangbord voor het Bloso-agentschap (vandaag Sport Vlaanderen). Met de steun van de Vlaamse overheidsinstellingen groeide het uit tot een massa-evenement met nationale allures: op haar toppunt in 1993 trok het 112.655 ingeschreven fietsers en wandelaars (Mares, 2013). Ondanks de rol van de overheid en de recreatieve focus, groeide De Gordel eveneens uit tot een politiek evenement, waarop vertegenwoordigers van verschillende partijen zich vertoonden en hun visie op de communautaire problematiek in de Rand accentueerden. In 1991 reed zelfs toenmalig eerste minister Wilfried Martens (CVP) mee (Bellon, 2010). De splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) luidde een nieuw tijdperk in voor De Gordel. Tegelijkertijd groeide de ontevredenheid bij het Bloso-agentschap over de financiële kost van het evenement, dat tevens een organisatorisch huzarenstukje was.[3]

Vanaf 2013 gaat het evenement verder onder de naam “Gordelfestival”. De focus ligt nog steeds bij recreatie, maar plooit zich meer terug op enkele recreatiedomeinen in de Rand en een focusgemeente die in de kijker wordt gezet. Naast Sport Vlaanderen is ook vzw ‘de Rand’ betrokken bij de organisatie van het Gordelfestival, om naast de sportieve waarde ook het lokale Nederlandstalige culturele leven te belichten. Het Gordelfestival werd ook minder communautair van inslag; het zocht vooral de sportieve, culinaire en toeristische troeven van de streek te beklemtonen, evenals de waarde van Vlaamse muziek en cultuur.[4] Met enkele edities in het provinciaal domein van Hofstade (Zemst) vond het evenement zelfs gedeeltelijk buiten de Vlaamse Rand plaats.[5]

Uiteindelijk kwam er onder druk van de Vlaamse beweging opnieuw meer aandacht voor de Vlaamse grieven.[6] [7] De splitsing van BHV had namelijk vooral electorale gevolgen: het werd moeilijker voor Franstalige politici om verkozen te raken in de Vlaamse Rand (Maddens & Put, 2018). Maar, tegelijkertijd bleven de sociolinguïstische tendensen overeind (Saeys, 2024). Bijgevolg kwam de ontnederlandsing (i.p.v. verfransing) van de Vlaamse Rand centraal te staan en diende het vernieuwde evenement als hefboom om nieuwkomers te betrekken en hun integratie te bevorderen, aldus toenmalig Vlaamse Rand-minister Geert Bourgeois (N-VA).[8]

Het deelnemersaantal zakte evenwel terug tot 12.500 deelnemers in 2013, terwijl dat er bij de “De Gordel” van 2011 nog 43.000 waren.[9] Het is echter niet duidelijk of de verminderde aantrekkingskracht van het evenement lag in het beslechten van het BHV-conflict, dan wel de vernieuwing van het Gordel-concept. Uiteindelijk werd tijdens de COVID-pandemie teruggegrepen naar de oude naam.[10] In 2025 lokte het evenement 31.000 bezoekers.[11] Net zoals elders zien we bij De Gordel een spanningsveld tussen enerzijds het betrekken van anderstaligen, opdat zij zich kunnen integreren, en anderzijds het benadrukken van de Vlaamse identiteit en eisen.

Een Nederlandstalig verenigingsleven als bindmiddel voor een diverse Vlaamse Rand?

Vanaf de jaren ‘90 groeide het verenigingsleven uit tot een belangrijk beleidsinstrument om de sociale cohesie van de diversifiërende Vlaamse Rand te bevorderen, met respect voor het Nederlandstalige karakter. 

Aan de hand van de Taalbarometer in de Vlaamse Rand kunnen we de proef op de som nemen (Saeys, 2024). Zo kunnen we kijken in welke mate de tweeledige houding van het beleid inzake doelpubliek zich reflecteert in het feitelijke profiel van de deelnemers. Een eerdere BRIO-fiche toonde al dat het verenigingsleven een meertalige omgeving vormt, waarbinnen het Nederlands evenwel zijn dominante positie als contacttaal behoudt (Saeys, 2023).

Om de toegankelijkheid en openheid van het verenigingsleven te schetsen, toont onderstaande tabel de indicatoren geboorteregio en opleidingsniveau (als indicator van sociale achtergrond). 

Het merendeel van de deelnemers aan het georganiseerd verenigingsleven in de Rand zijn geboren in Vlaanderen (ca. 63%), terwijl een substantiële groep uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest afkomstig is (ca. 30%). Slechts een minderheid (ca. 5%) is buiten België geboren. We zien echter dat het merendeel van de deelnemers hoger geschoold zijn (met slechts minder dan 5% laag opgeleide deelnemers). Dit ligt overigens in lijn met de bestaande trends in deelname aan het verenigingsleven in Vlaanderen (Siongers et al., 2025). 

Tabel 1: Participatie Nederlandstalig verenigingsleven naar geboorteregio en opleidingsniveau in 2024

tabel Rand
Taalbarometer 3 Vlaamse Rand (Saeys, 2024)

Zodoende lijkt het beleid wel te slagen in zijn opzet om Vlamingen zich thuis te laten voelen in de Vlaamse Rand en tegelijkertijd ook inwijkelingen uit regio’s met een ander taalstatuut te integreren. Daarnaast trekt het verenigingsleven ook een doelpubliek van een diverse sociale achtergrond aan. 

Conclusie

Het verhaal van het expliciet Nederlandstalige verenigingsleven in de Vlaamse Rand is nauw verbonden met het verloop van de taalstrijd. Parallel aan het federaliseringsproces evolueerde ook het verenigingsleven in de Vlaamse Rand. Voordat de communautaire strijd zich als zodanig manifesteerde, werd het verenigingsleven er vooral gedragen door katholieke middens. De landelijke Rand onderscheidde zich aldus op een levensbeschouwelijke manier van de grootstad Brussel, waar vrijzinnige liberalen en socialisten hun aanhang hadden. 

Tijdens de communautaire strubbelingen die na WOII de kop opstaken, kreeg die levensbeschouwelijke breuklijn een taalkundige invulling. Ook dit weerspiegelde zich in het verenigingsleven: als symbolische bestemming werd de Vlaamse Rand een podium voor activistische manifestaties die samen met het lokale verenigingsleven het Vlaamse en landelijke karakter vierden. Deze initiatieven hadden een eerder exclusief karakter, waarbij vooral de oorspronkelijke bevolking van de randgemeenten werd aangesproken om zich te verbinden met de Vlaamse grieven. 

Later – toen de taalgrens was vastgelegd, autonome Vlaamse instituties waren opgericht, de provincie en kieskring waren gesplitst en het taalconflict in zekere zin bevroren werd – kenmerkte het Nederlandstalige verenigingsleven zich door een inclusievere houding. Mede dankzij een gerichte aanwezigheidspolitiek en een grote ondersteuning van de Vlaamse overheid, groeide het verenigingsleven uit tot een beleidsinstrument dat tot op heden wordt aangewend om de taalkundige en maatschappelijke uitdagingen van de Vlaamse Rand het hoofd te bieden. 

Het karakter van deze uitdagingen is weliswaar veranderd. Waar de verhuizers uit Brussel vroeger vaak Franstalige Belgen waren, reflecteert die instroom steeds meer het jonge, hyperdiverse Brussel (Van Cappel & De Maesschalck, 2023). Hierdoor ligt de focus niet meer op het bekampen van de verfransing, maar veel eerder op het stoppen van de ontnederlandsing (Deneyer, 2017). Samen met de toenemende internationalisering van de Rand, is het verenigingsleven meer open geworden. Men richt zich op gemeenschapsvorming door bruggen te bouwen met de nieuwe randbewoners. Tegelijk bestaat er ook een spanningsveld, waarbij die openheid vooral moet leiden tot assimilatie in het Nederlandstalige weefsel. Deze reflex kan evenwel begrepen worden vanuit een institutioneel perspectief; de communautaire vrede rust namelijk op een delicate balans. Ook elders in Vlaanderen heeft het beleid moeite om inclusieve participatie met natievorming te verzoenen (Dewinter et al., 2025). Toch tonen de Taalbarometer-cijfers dat een divers publiek – zowel qua afkomst als taligheid – deelneemt aan het verenigingsleven in de Vlaamse Rand. Op dat vlak lijkt het verenigingsleven dus te slagen in zijn beleidsmatige opdracht.

Tegelijkertijd blijven er uitdagingen. Zo stellen betrokkenen bij vzw 'De Rand’ vast dat in de meest ontnederlandste (deel)gemeenten het verenigingsleven moeite heeft om nieuwe leden te laten doorstromen naar kaderposities. Hierdoor veroudert de groep van trekkers en komt de werking onder druk te staan. Met andere woorden, hoewel het verenigingsleven een belangrijke schakel is gaan vormen in het sociale weefsel van de diverse Vlaamse Rand, blijft de context waarin ze werken delicaat.

Bibliografie

Bellon, M. (2010). 30 jaar gewogen en bewogen: Geschiedenis van de Gordel. Bloso, Vlaamse overheid.

De Greve, C. & Van Cappel, G. (2024). Het georganiseerde vrijetijdsaanbod in de Vlaamse Rand. BRIO.

De Greve, C. & Van Cappel, G. (2025). Het Nederlandstalige verenigingsleven in Brussel: Een overzicht in vogelvlucht van het einde van de 19de eeuw tot op heden. BRIO.

Deneyer, T. (2017). 20 jaar ‘de Rand’: Koppelteken voor een regio. vzw ‘de Rand’

Deweerdt, M., De Metsenaere, M. & Verhulst, A. (2023). Taalgrens. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Dewinter, H., Bradt, L., Rutten, K. & Vandermeersche, G. (2025). Limits to the participation paradigm? Unpacking the rhetoric of participation in Flemish cultural policy (1990–2024)International Journal of Cultural Policy.

Gerard, E. (2023). Christelijke arbeidersbeweging. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Goetvinck, K. (2010). Buurtspoorwegen. Rand-ABC-Fiche. BRIO.

Goetvinck, K. (2023). Taaltellingen. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Gunst, P. (2008). Brussel en de Vlaamse Rand: Een verhaal van migraties en grenzen.

Echeverria, N. & Janssens, R. (2020). Socio-economische typologie van de Vlaamse Rand.

Judson, P. (2002). “Every German visitor has a völkisch obligation he must fulfill”: Nationalist tourism in the Austrian Empire, 1880-1918. In R. Koshar (Ed.), Histories of leisure (pp. 147 168). Berg.

Kesteloot, C. (2000). Brussels: Post-Fordist Polarization in a Fordist Spatial Canvas. In P. Marcuse & R. van Kempen (Eds.), Globalizing Cities: A New Spatial Order? (pp. 186–210). Blackwell.

Kuijken, S. (2023). Cardijn, Jozef. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Maddens, B., Put, G. (2018). Het succes van Franstalige lijsten in de Vlaamse Rand bij de federale en regionale verkiezingen van 2014. Vivels Briefing 2018/01.

Mares, A. (2012). Verfransing/internationalisering. Rand-ABC-fiche. BRIO

Mares, A. (2013). De Gordel. Rand-ABC-fiche. BRIO.

Mares, A. (2014). Brussel-Halle-Vilvoorde. Rand-ABC-fiche. BRIO.

Naegels, T. (2023). Werk in eigen streek. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Putnam., R. D. (2000). Bowling alone: the collapse and revival of American Community. Simon & Schuster.

Saeys, M. (2023). Het taalgebruik in het verenigingsleven in de Vlaamse Rand. BRIO.

Saeys, M. (2024) Taalbarometer 3 van de Vlaamse Rand: Factsheet. BRIO.

Sijbers, A. (2020). 60 jaar Komitee der Randgemeenten. De Zes. Geraadpleegd op 03-10-2025.

Sinardet, D., Senelle, R. & Van de Velde, E. (2023). Staatshervorming: 1977: ‘inschrijvingsrecht’ en  grondwettelijke bezwaren nekken Egmontpact. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Siongers, J., de Baere, M., & Lievens, J. (2025). Trends in participatie. Participatie van de Vlaming in de eenentwingtigste eeuw. In J. Siongers, J. Lievens, & B. Spruyt (Eds.), Cultuurparticipatie ontrafeld: Verdiepende analyses in tijden van verandering (pp. 25–36). Acco cv.

Van Cappel, G. & De Maesschalck, F. (2023). Bevolkingsdynamiek in de Vlaamse Rand. BRIO.

Van de Casteele, E. (2024). Gemeenschapspact. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Van Keer, K. & Van Overloop, G. (2023). Anti-Egmontkomitee. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Verdoodt, F. (2023). Daensistische beweging. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Verkouter, M. (2023). Komitee der Randgemeenten. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Vos, L. (2023). Katholieke Arbeidersjeugd. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Weyns, K. & Gunst, P. (2023). Van Mechelen, Frans. Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. 

Witte, E. (Red). (1993). De Brusselse rand. VUBPRESS.

Witte, E., & van Velthoven, H. (2010) Strijden om Taal. De Belgische Taalkwestie in Historisch Perspectief. Pelckmans: Kapellen.


[1] BE AMVB 160/48.

[2] Herman Brijssinck in: Bellon (2010). De Gordel: de Bloso klassieker: 30 jaar gewogen en bewogen: geschiedenis van de Gordel.

[3] JPDV. (09-03-2012). Vlaanderen krijgt nieuwe toeristische Gordel. De Morgen.

[4] De Beus, D. (02-09-2013). Hofstade ideaal festivaldorp. Het Nieuwblad.

[5] De Beus, D. (02-09-2013). Hofstade ideaal festivaldorp. Het Nieuwblad.

[6] Van Lijsebeth, K. (03-09-2014) "Vlaams symbool niet verliezen" NIEUW SPORTEVENEMENT MOET VLAAMS KARAKTER VAN DE RAND VERDEDIGEN. Het Laatste Nieuws.

[7] Kerckhoven, B. (08-09-2014). 23.000 bezoekers op Gordelfestival N-VA WIL VLAAMS KARAKTER IN DE TOEKOMST MEER BENADRUKKEN. Het Laatste Nieuws.

[8] Toenmalig Vlaams minister voor Vlaamse Rand Geert Bourgeois (N-VA) in: Standaert, K. (26-06-2013)Tweedaags festival vervangt De Gordel EVENEMENT MOET NIEUWKOMERS BETREKKEN EN INTEGRATIE IN RAND BEVORDEREN. Het Laatste Nieuws.

[9] Verstraete, A. (01-09-2013). Eerste editie Gordelfestival lokt 12.500 deelnemer VRT NWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2013/09/01/eerste_editie_gordelfestivallokt12500deelnemers-1-1718277/

[10] Gys, A. (01-09-2020). Ben Weyts geeft al fietsend de aftrap voor de Gordelweek: “We laten de Gordel niet los”. Het Laatste Nieuws.

[11] Scheppers, J. (08-09-2025). Vierenveertigste editie van Gordel brengt 31.000 mensen op de been. Het Nieuwsbad Brussel - Noordrand.

Publication type
Card
Category
Cultural Organisations and Institutions
Culture / Leisure
Language Legislation / Politics
Flemish, Walloon and Brussels Movements
Region
Vlaamse Rand