BRIO-taalbarometer(s): taalkennis en taalgebruik in Brussel


1. Situering

Na de laatste talentelling in 1947 is het taalbarometeronderzoek (TB) het eerste wetenschappelijk survey-onderzoek dat tracht een representatief beeld te schetsen van de Brusselse taalsituatie. Het steunt op een face-to-face bevraging van een representatief staal van 2500 Brusselaars en peilt naar taalkennis, taalgebruik en de houding van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten aanzien van een aantal taalgerelateerde maatschappelijke ontwikkelingen. Na de eerste in 2001 en de tweede in 2007, werden in 2013 de resultaten van de derde taalbarometer gepresenteerd.

2. Taalkennis in Brussel

Het taalgebruik in Brussel hangt samen met de sociaal-demografische profiel van haar bevolking. Als migratieregio wordt Brussel gekenmerkt door een steeds grotere diversiteit aan thuistalen. De top 8 van de in Brussel meest gesproken talen op basis van zelfrapportage blijft dezelfde, al verschuiven de posities en het aantal personen die de taal goed tot uitstekend beheersen (zie figuur 1).


Figuur 1. Vergelijking evolutie taalkennis (goed /uitstekend spreken)

Het Frans is en blijft de lingua franca in Brussel en het Engels heeft het Nederlands als tweede meest gekende taal verdrongen. Toch overtreft het percentage Brusselaars dat goed tot uitstekend Nederlands spreekt, ruimschoots het cijfer dat in het politieke debat doorgaans op het aantal Vlamingen in Brussel wordt geplakt. De drie belangrijkste talen (Frans, Engels en Nederlands) verliezen in de derde taalbarometer aan relatief gewicht. Het Arabisch maakt opgang en is een typische gezinstaal die op school niet wordt onderwezen. Dit betekent evenwel niet dat deze Brusselaars geen andere taal spreken. In de helft van de gezinnen waar Arabisch wordt gesproken wordt ook een andere gezinstaal gebruikt.
Figuur 2 geeft op basis van de officiële talen een overzicht van de thuistalen waarin de huidige Brusselaars opgroeiden. Taalgebruik is geen zero sum game waarbij het aantal Franstaligen kan gelijk gesteld worden met 100% min het aantal Brusselaars uit eentalig Nederlandstalige gezinnen. In 2013 (TB3) maakt het percentage eentalig Franstalige en eentalig Nederlandstalige gezinnen samen minder dan 40% van de bevolking uit. Het gezin dat thuis enkel Frans gebruikt, is dus niet langer de norm. Het Nederlands weet zijn positie te handhaven, en wint zelfs wat terrein als oorspronkelijke thuistaal, zij het dan in combinatie met het Frans. Een derde van de Brusselaars groeide op in een gezin waar thuis noch Nederlands noch Frans werd gesproken.
Figuur 2. Thuistaal gezin van oorsprong Brusselaars

3. Taalgebruik: van eentaligheid naar taaldiversiteit?

De derde taalbarometer maakt duidelijk dat het aantal eentalige inwoners in Brussel sterk aan belang heeft ingeboet. Taaldiversiteit is een feit. De huidige internationalisering van de bevolking laat veronderstellen dat deze diversiteit ook in de toekomst het taalgebruik zal blijven typeren. Het aantal Brusselaars met een verschillende taalachtergrond groeit en deze taalrijkdom wordt bovendien ook aan de volgende generatie doorgegeven. Van de huidige groep Brusselaars jonger dan 25 jaar groeit nu reeds de helft op in een twee- of meertalig gezin.

De Brusselse taaldiversiteit resulteert in een complex taalrepertorium. Communicatie is geen exclusieve keuze tussen talen waarbij de sterkste het haalt; de realiteit wijst net op een veel pragmatischer taalgebruik. Zo wordt binnen alle onderzochte taaldomeinen zowel meer Engels als meer Nederlands gesproken, wat evenwel geen daling van het gebruik van het Frans impliceert. Het gecombineerde gebruik van deze drie contacttalen en een stijgend gebruik van de migrantentalen bevestigt een patroon dat we ook in andere steden aantreffen. Neem als voorbeeld de manier waarop een buurt communiceert. De straat is niet langer een arena van een sterke meerderheidstaal versus zwakke minderheidstalen. Er ontwikkelt zich integendeel een eigen minder strikt omlijnde omgangstaal met het Frans als basis en met invloeden van andere talen. Deze evolutie ligt in de lijn van het feit dat bij Brusselaars van buitenlandse origine de buurt tot de belangrijkste identificatiekaders hoort. Op die manier kunnen culturele en taaldiversiteit toch hand in hand gaan met sociale cohesie, al blijven andere talen en culturen voor sommigen een belangrijke hindernis vormen om binnen de buurt met anderen in contact te treden.

De analyse van de taalkennis en het taalgebruik van de Brusselaars geeft bovendien aan dat de relatie tussen de thuistaal en de politieke taalgemeenschappen erg complex is. Het Nederlands en het Frans blijven een cruciale rol spelen in de gemeenschapsvorming binnen Brussel, maar de manier waarop met die taal wordt omgegaan ligt niet langer in het verlengde van de traditionele communautaire tegenstellingen die het politieke debat beheersen. Gevraagd naar de toekomst van Brussel zien de Brusselaars noch een toekomst met Wallonië noch met Vlaanderen zitten: met elk van beide opties gaat minder dan 5% van de Brusselaars akkoord. De Brusselaars richten zich niet op een bepaalde taalgemeenschap; het is juist de meertaligheid die hen bindt.

Rudi Janssens, 20 maart 2013

Het taalbarometeronderzoek werd uitgevoerd door Prof. Dr. Rudi Janssens (BRIO, Vrije Universiteit Brussel) met steun van de Vlaamse overheid.