Taal en identiteit bij de Brusselaars


1. Situering

Terwijl het politieke systeem nog steeds verder bouwt op de exclusiviteit van de twee Ďtraditioneleí taalgemeenschappen, illustreren de opeenvolgende taalbarometeronderzoeken sinds 2001 de toenemende culturele en taaldiversiteit van de Brusselse bevolking. Men kan zich de vraag stellen in hoeverre de huidige Brusselse bevolking zich nog in deze vermeende politieke realiteit herkent en in welke mate beide gemeenschappen de identiteit van de Brusselaars bepalen. Voor de operationalisering van het concept Ďidentiteití opteert het taalbarometeronderzoek voor het principe van de identificatie. Dit verwijst naar een band tussen de persoon en een concept waarin hij of zij zichzelf herkent of zich kan mee vereenzelvigen Deze identificatie is niet zozeer belangrijk om te weten hoeveel mensen zichzelf in Brussel als Franstalige of Vlaming beschouwen, maar om te achterhalen in hoeverre dit hun handelen en het maken van keuzes bepaalt.

2. Identificatie van de Brusselaars

Om te bepalen waarmee de Brusselaars zich identificeren hebben de respondenten in het taalbarometeronderzoek de keuze tussen een aantal alternatieven, gebaseerd op taal, geografische entiteit, etniciteit en nationaliteit. Identiteit is per definitie multidimensionaal, gelaagd en relatief in de tijd. Daarom wordt de respondenten gevraagd twee keuzes te maken: de categorie waarin men zich het best kan terugvinden en de categorie waarmee men zich in tweede instantie ook kan vereenzelvigen.Tabel 1 geeft een overzicht van de antwoorden van de Brusselaars op de vraag naar de categorieŽn waarmee men zich kan identificeren. In de eerste drie kolommen worden de resultaten van Taalbarometer 2 opgesomd; de laatste drie kolommen geven de resultaten van Taalbarometer 3 weer.


TB2 1e keuze
TB2 Totaal

TB3 1e keuze
TB3 Totaal
Belg
40,6%
64,3%
Brusselaar
30,6%
55,0%
Brusselaar
20,1%
41,7%
Belg
16,8%
38,4%
Europeaan
15,4%
34,9%
Gemeente
23,5%
36,2%
Franstalige
6,8%
21,4%
Franstalige
5,0%
19,7%
Gemeente
4,5%
10,3%
Europeaan
7,9%
16,1%
Wereldburger
3,4%
4,5%
Wereldburger
2,9%
6,0%
Vlaming
1,6%
3,9%
Nederlandstalige
1,4%
4,1%
Waal
0,6%
1,0%
Vlaming
1,5%
2,8%
Nederlandstalige
-
0,2%
Waal
1,2%
2,7%
Ander land/taal
7,0%
17,6%
Ander land/taal
9,1%
18,9%
Tabel 1. Identificatie naar taalgroep (TB2-TB3)

De categorieŽn in bovenstaande tabel kunnen opgedeeld worden in meertalige categorieŽn en categorieŽn die rechtstreeks naar een bepaalde taal verwijzen. Lokale meertalige identificatiekaders (Brussel, gemeente) zitten in de lift. De meer algemene meertalige identificatiekaders (BelgiŽ, Europa) verliezen aan impact, maar blijven samen toch belangrijker dan de eentalige identificatiekaders die rechtstreeks naar taalgroepen of eentalige regioís verwijzen (Nederlandstalige, Franstalige, Vlaming, Waal). Het Brussel van de twee taalgemeenschappen wordt steeds minder het referentiekader van haar inwoners.

3. Impact identificatie op het politieke model

Taalachtergrond leidt niet langer automatisch tot een identificatie met een van beide traditionele taalgroepen. Een dergelijke complexiteit manifesteert zich ook ten aanzien van de relatie tussen taalachtergrond en de taal van de lijst van hun geprefereerde politieke vertegenwoordigers.

Zoín 30% van de Brusselaars kiest voor een eentalige lijst. Het is dus niet zo dat Nederlandstaligen vooral een lijst met Nederlandstalige kandidaten prefereren en Franstaligen een lijst met Franstalige kandidaten kiezen. Toch speelt ook in deze keuze identificatie een belangrijke rol. Wie zich als Franstalige identificeert zal significant meer voor een Franstalige lijst stemmen. Om voor een lijst met Nederlandstalige kandidaten te stemmen maakt het echter weinig verschil uit of men zich als Nederlandstalige dan wel als Vlaming ziet. Beide concepten zijn voor diegenen die er zich mee identificeren vaak incompatibel, maar beide verkiezen significant meer een Nederlandstalige lijst. De helft van de Brusselaars kan zich het best vinden in een tweetalige lijst, dan wel in een lijst waarop de verschillende bevolkingsgroepen vertegenwoordigd zijn. Diegenen die zich als Belg of Brusselaar zien stemmen significant meer voor een tweetalige lijst. Dit betekent dat de vijver waarin eentalige partijen vissen, kleiner is dan deze van partijen waarin mensen met verschillende taalachtergronden vertegenwoordigd zijn. Bijna 20% van de Brusselaars vindt taal zelfs een irrelevant criterium voor politieke vertegenwoordiging.

De politiek-institutionele logica wordt hier duidelijk doorbroken. De communautaire opdeling met eentalig onderwijs en een eentalige publieke opinie spelen nog wel een belangrijke rol voor de groepsvorming en de identificatie met de traditionele taalgroepen, maar in zijn totaliteit neemt die invloed af. Het samenleven in dezelfde stad, die zich gekenmerkt door een sterke mate van diversiteit, speelt een steeds belangrijkere rol in die gemeenschapsvorming. Hoe langer hoe meer wordt een meertalige urbane leefwereld het referentiekader waarmee de Brusselaars zich identificeren. Terwijl de noodzaak aan pacificatie tussen Franstaligen en Nederlandstaligen wel aan de basis ligt van het huidige institutionele model met twee aparte taalgemeenschappen lijken de Brusselaars deze tweedeling stilaan te overstijgen. In de praktijk ontwikkelt zich een eigen dynamiek die niet altijd strookt met de politieke logica in het noorden of het zuiden van het land.

Rudi Janssens, 20 juni 2013

 
Het taalbarometeronderzoek werd uitgevoerd door Prof. Dr. Rudi Janssens (BRIO, Vrije Universiteit Brussel) met steun van de Vlaamse overheid.